Auteur: Els Vandensande

Datum: 7 februari 2018

U heeft er waarschijnlijk niet veel van gemerkt (er waren geen brede consultaties of grootse projectplannen en maar een beperkte interesse vanuit de Nederlandse rechtsleer) maar ook in België vond er de afgelopen twee jaar een grondige hervorming van het burgerlijk procesrecht plaats.

Het plan: een noodzakelijke bijsturing

Toen Koen Geens in 2014 minister van justitie werd besloot hij het anders aan te pakken dan zijn voorgangers. Volgens de minister waren de problemen op justitie door de jaren heen zo groot geworden – zo geraakten bijvoorbeeld de gerechtskosten maar niet onder controle en was de digitalisering van justitie bijna volledig tot stilstand gekomen – dat onmiddellijke actie noodzakelijk was. Minister Geens besloot dan ook onmiddellijk uit de startblokken te schieten en de Belgische justitie te hervormen met een ‘hink-stap-sprong’. Naast het verder uitwerken en implementeren van de beheersautonomie van de rechtbanken uitgetekend door zijn voorgangster (‘de hink’) wilde de minister op korte termijn een aantal punctuele hervormingen doorvoeren om het burgerlijke procesrecht te vereenvoudigen en de efficiëntie te verhogen (‘de stap’). De focus lag daarbij op “quick wins” en kleine reparaties die zouden worden samengebracht in een aantal zogenaamde potpourri-wetten. Pas in een laatste fase zouden er dan fundamentelere hervormingen van een aantal belangrijke wetboeken – zoals het wetboek van strafvordering en het burgerlijk wetboek – volgen (‘de sprong’).

Het resultaat: een diepgaande hervorming

Zo gezegd, zo gedaan, al pakte het een en het ander toch wat anders uit: de vijf potpourri-wetten die van oktober 2015 tot juli 2017 werden goedgekeurd door het Belgische parlement bleven niet beperk tot wat kleine aanpassingen maar brachten een diepgaande hervorming van het Belgisch procesrecht tot stand: zo werd er bijvoorbeeld een nieuwe buitengerechtelijk procedure ingevoerd voor de invordering van onbetwiste geldschulden tussen professionelen, werd de rol van de rechter bij verstek sterk ingeperkt en het verzet de facto afgeschaft, werd het aantekenen van hoger beroep sterk ontmoedigd (in het bijzonder door het beperken van beroep tegen tussenvonnissen en het afschaffen van de automatische opschortende werking van de beroepsprocedure ), werd de collegiale rechtspraak en de rol van het openbaar ministerie in het burgerlijk procesrecht verder teruggedrongen, werd er een register voor gerechtsdeskundigen ingevoerd en in Brussel een Marktenhof opgericht, werd het systeem van de nietigheden sterk vereenvoudigd, werd een vaste structuur opgelegd aan de conclusies van de partijen, verkregen de arresten van het Hof van Cassatie een bindende werking voor de lagere rechtbanken en zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan.

Laat u niet verassen!

Laat u dus niet verassen. Het Belgische burgerlijke procesrecht onderging de afgelopen jaren een grondige transformatie zowel in de diepte (met de hervorming van belangrijke leerstukken zoals de nietigheden en het hoger beroep) als in de breedte (de potpourri-wetten raken aan bijna alle aspecten van het Belgisch procesrecht). Er lijkt bovendien nog geen einde te zijn gekomen aan de hervormingsdrang  van minister Geens. Op 22 januari diende de regering nog een wetsvoorstel in om het toepassingsgebied van de Belgische collectieve rechtsvordering uit te breiden van consumenten tot K.M.O’s en in de komende maanden staan er bijvoorbeeld ook nog een grondige hervorming van de bemiddelingswet en de oprichting van een ‘Brussels International Business Court’ op het programma.

Wanneer u in de komende maanden in aanraking komt met het Belgisch procesrecht doet u er dus goed aan steeds grondig na te gaan wat de huidige stand van zaken is. Al staat u er uiteraard niet alleen voor: u vindt vast en zeker een vriendelijke zuiderbuur die u even verder wil helpen door het doolhof van de Potpourri-hervormingen. Als u dan tegelijkertijd ook even toont hoe de nieuwe Nederlandse digitale procedure in zijn werk gaat is er bovendien sprake van een win-win: net zoals in Nederland zal de digitalisering van justitie ook in België immers eerst de geesten van de practici moeten veroveren en pas later het parlement.

Reageren