Auteur: Hanna van Rijn

Datum: 22 november 2018

Er gaat een doorstart plaatsvinden van de digitalisering van de rechtspraak. Dit blijkt uit de kamerbrief van minister Dekker over digitalisering rechtspraak civiel en bestuur van 15 november 2018.

Na uitvoerig onderzoek van de Raad van de Rechtspraak (hierna: Raad) volgde de knelpunten van de digitalisering van de rechtspraak: “Samengevat kwam het erop neer dat de schaal en de complexiteit waren onderschat, dat de besturing en het besluitvormingsproces niet op orde waren, en dat risico’s wel in beeld waren maar niet altijd tot actie leiden”. Met deze kennis hoopt de Raad nu een doorstart te maken met behulp van de nieuwe IT-organisatie en een digitaliseringsplan. Volgens minister Dekker staan nu “de neuzen dezelfde kant op” wat voorheen een van zijn voorwaarden was voor zijn akkoord tot een doorstart. Daarnaast benadrukt Dekker in zijn brief ook de relevantie van de juiste mensen op de juiste plek hebben en een heldere besturing en governance.

De belangrijkste focus zal, net zoals bij KEI, liggen op het digitaal toegankelijk maken van de rechtspraak voor burgers. Dit zal alleen veel langzamer doorgevoerd worden dan oorspronkelijk bij KEI de bedoeling was. KEI wilde de gehele rechtspraak digitaliseren en automatiseren binnen een paar jaar. Ook kwam hier nog bij dat het procesrecht tegelijkertijd gedigitaliseerd en uniform moest worden gemaakt. Met de nieuwe plannen zal de digitalisering per zaakstroom worden ingevoerd bij één gerecht. Indien dit succesvol is zal het doorgevoerd worden bij andere zaaksoorten en gerechten en uiteindelijk verplicht worden bij aanhoudend succes.

Wat betreft de huidige KEI-wetgeving, deze zal vooralsnog stand houden. Het verplicht digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken zal wettelijk verplicht blijven, de vereenvoudiging van het civiele proces zal zo snel mogelijk doorgevoerd worden en bij het bestuursrecht is dit al het geval. Hoe de KEI-wetgeving precies in werking kan treden zonder de verplichte digitalisering wordt nog onderzocht door Dekker.

De Nederlandse Orde van Advocaten (hierna: NOvA) heeft zich positief uitgesproken over de nieuwe plannen. Echter zijn er een paar onduidelijkheden waar de NOvA uitleg over wenst. Ten eerste hopen ze op een tijdige en goede betrokkenheid bij de plannen aangezien het nog niet duidelijk is wat voor rol de advocatuur hierin zal hebben. Ten tweede waarschuwen ze voor een digitaal doolhof die gaat ontstaan door het ontwikkelen van verschillende digitale systemen bij bijvoorbeeld de Hoge Raad en de Raad van State. Om dit te voorkomen verzoeken ze de minister tot een sterkere regie om onduidelijkheden te voorkomen.

Prijskaartje van het nieuwe project voor het jaar 2019 schat Dekker op minstens 11 miljoen euro. Laten we hopen dat, ten opzichte van KEI, de nieuwe plannen ook financiële veranderingen bevatten.

Reageren