Advocaten

KEI voor advocaten

Wat voor gevolgen heeft KEI voor advocaten? Hoe kunnen advocaten zich hierop voorbereiden en eventueel aanpassen? Meer informatie vindt u hier.

  • Einde KEI: wordt KEI volledig teruggedraaid?

    Het Advocatenblad deelt in het artikel “Rechtspraak wil einde KEI-pilots en KEI-Rv” in bezit te zijn van een interne nieuwsbrief van de Rechtspraak. Betekent dit dan nu toch echt niet slechts een reset, maar een volledige afsluiting van het KEI project?

    Volgens het Advocatenblad wil de Raad van de Rechtspraak dat de wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rond het digitaal procederen worden teruggedraaid. Voor de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland geldt deels een ander procesrecht dan in de rest van Nederland. De Raad van de Rechtsprak zou dit onwenselijk vinden. Er is een wetswijziging nodig om dat terug te draaien.

    Ondanks dat vele werknemers veel energie in het project hebben gestopt, meent de Raad van de Rechtspraak dat dit de enige weg is waarop de twee rechtbanken zich weer kunnen richten op projecten die voortvloeien uit het nieuwe basisplan en waardoor er weer eenheid in het procesrecht zal ontstaan.

    Binnenkort wordt een brief vanuit de Rechtspraak aan de minister met het verdere plan van aanpak van de digitalisering verwacht.

    Lees het hele artikel van het Advocatenblad hier.

    Meer lezen..
  • Hoge Raad introduceert digitaal procederen in strafzaken

    De Rechtspraak maakte gisteravond bekend dat per 17 december 2018 de Hoge Raad ook digitaal procederen in strafzaken gaat introduceren. Vooralsnog staat deze mogelijkheid alleen open in reguliere strafzaken (dagvaardingszaken) en ontnemingszaken waarin op of na 17 december 2018 beroep in cassatie wordt ingesteld. Het digitaal procederen in strafzaken gebeurt op vrijwillige basis, dat wil zeggen dat men per zaak de keuze maakt voor de manier van procederen: op papier of digitaal.

    Sinds maart 2017 was het digitaal procederen bij de Hoge Raad al mogelijk voor de civiele vorderingsprocedure. Dit wordt dus nu verder uitgebreid naar ook strafzaken.

    Lees het volledige bericht van de Rechtspraak via deze link.

    Meer lezen..
  • Eerste ervaringen met KEI

    Door: T. van Malssen

    Laat ik beginnen met een paar bekentenissen. Hoewel leeftijd (medio 30) en tijdgeest anders zouden kunnen doen vermoeden, ben ik een klassiek voorbeeld van een zogenaamde ‘digibeet’: een anachronisme, een relict uit vervlogen tijden. Het type dat nog steeds met twee vingers typt, nauwelijks sneltoetsen kent, en compleet verloren is als de randnummers in zijn Word-bestand ineens beginnen te verspringen en delen van de tekst ineens een ander lettertype verkrijgen. Het type ook dat altijd per ongeluk Trojaanse paarden binnenhaalt omdat hij nog steeds niet weet dat hij op het kruisje moet klikken in plaats van op het icoontje ‘yes’.

    Daarnaast kan ik met enig recht worden getypeerd als een ‘digifoob’, althans volgens de classificaties van de DSM of digital disorders. Ik vertrouw niet op teksten op beeldschermen. Ik vertrouw op stapels papier op tafel. Ik ben stiekem ook bang voor computers. Bang dat ze me in de steek laten als ik ze nodig heb. Ik zou nooit naar een zitting gaan zonder mijn vertrouwde hutkoffer met stapels overbodig papierwerk tenzij daar juridische consequenties aan worden verbonden die bij de Hoge Raad stand hebben kunnen houden. Ik houd uitsluitend van computers als ze mijn leven vereenvoudigen zonder dat mijn hartslag daarvan omhooggaat. Wel houd ik ongeclausuleerd van duidelijkheid, voorspelbaarheid en betrouwbaarheid. Ik hield daarom reeds bij voorbaat niet van KEI.

    Ik procedeer vrij veel, en wel in alle instanties (eerste aanleg, hoger beroep en cassatie). Het was dan ook onvermijdelijk dat de wegen van KEI en van mij elkaar op enig moment zouden kruisen, maar ik heb het onvermijdelijke zo lang mogelijk uitgesteld. Ik heb me zo lang mogelijk verscholen achter theoretische beschouwingen over de vraag in hoeverre KEI een wijziging van de kernbeginselen van ons burgerlijk procesrecht met zich brengt. Van KEI-pilots heb ik me verre gehouden. Updatemailtjes heb ik ongelezen verwijderd. De vele tientallen KEI-lezingen heb ik aan me voorbij laten gaan. Mijn hoofd heb ik diep in het zand gestoken.

    Nu had dat niet alleen met KEI te maken, zo gebiedt de eerlijkheid me te zeggen. Ik heb namelijk altijd al een hekel gehad aan wat ik gemakshalve maar even de ‘formele en organisatorische buitenschil’ van het burgerlijk procesrecht noem. Ik maak mezelf wijs dat het vooral met desinteresse te maken heeft, maar waarschijnlijk is het in werkelijkheid gewoon onkunde. Symptomatisch is wellicht dat het mij nog nooit is gelukt om het voorblad van een dagvaarding ongeschonden langs de deurwaarder te krijgen. Ook de verschillende B- en H-formulieren heb ik nooit goed uit elkaar weten te houden, en termijnen berekenen is evenmin een sterke kant van mij. Om nog maar te zwijgen over de interpretatie van de geheimtaal die de roljournaals rijk zijn en die mij als taalliefhebber immer aanleiding hebben geboden tot oeverloze duidingsexercities, steevast culminerend in een verlossend telefoontje met de griffie of een minder verlossende rolbeslissing. Het moge dus duidelijk zijn dat ik nogal opkeek tegen een digitale variant van al deze ellende.

    Op enig moment was het zover: helaas vroeger dan ik had gehoopt, nu mijn thuisbasis Gelderland is – samen met Midden-Nederland het eerste arrondissement waar het verplicht digitaal procederen is ingevoerd. Ik kon er dus niet meer omheen.

    De eerste act was het opstellen – ik koos uiteraard voor de variant met de minste digitale schakels – van een oproepingsbericht ex artikel 113 Rv, en het begon met ergernis. Mijn met de nodige aandacht voor esthetiek en ritme gecomponeerde processtuk werd namelijk volledig ontzield doordat ik er een bijna vier pagina’s tellende, prozaïsche opsomming aan vooraf moest laten gaan over ‘wat u in alle denkbare situaties kunt doen’; een opsomming die zelfs de meest verstokte bureaucraat iedere lust tot verder lezen ontneemt. Dan werd ik ook nog eens gedwongen om het hele petitum op te nemen voorafgaand aan het verhaal dat aan dat petitum zijn zin en betekenis verleent. Iedere spanningsboog, iedere tekstuele logica, en iedere natuurlijkheid is weggemodelleerd onder KEI.

    Vervolgens moest het betekende oproepingsbericht worden ge-upload. Met 60 producties. Excuus: ‘bewijsstukken’. Dat betekende eerst een hoop gezucht van onze ondersteunende diensten omdat ik, onwetende, de afzonderlijke bestanden niet allemaal afzonderlijk digitaal op had geslagen. Dit moet kennelijk om het uploaden mogelijk te maken. Ik zal er de volgende keer aan denken.

    Met dat uploaden van 62 afzonderlijke stukken – het processtuk moest ook nog in tweeën gedeeld worden omdat het een te grote omvang had – zijn mijn secretaresse en de kennismanager van ons kantoor ruim een ochtend bezig geweest. Het systeem haperde namelijk. Niemand wist uiteraard waarom. Intensief telefoonverkeer met alle betrokken helpdesks en meld- en steunpunten leerde uiteindelijk dat de bron van het euvel een door niemand te detecteren lege spatie was in een van de vele invulvelden.

    Volgende act: een niet-aflatende stroom e-mailberichten. Een e-mail waarin wordt bevestigd dat je hebt ingelogd. Een e-mail die bevestigt dat je iets hebt ge-upload. Een e-mail die meedeelt dat de status van het procesdossier is gewijzigd. Een e-mail die meedeelt dat je die wijziging hebt ingezien. En ga zo maar door. In alle gevallen bestaat de angst dat je iets fout hebt gedaan of over het hoofd hebt gezien. Uit pure vertwijfeling en zelfbescherming heb ik mijn secretaresse op enig moment maar gevraagd om de e-mails preventief uit mijn mailbox te vissen en zekerheidshalve één keer per dag in te loggen om te kijken of er echt iets belangrijks was gebeurd. Als digifoob ga ik er namelijk zonder meer van uit dat aan de echt belangrijke wijzigingen geen e-mail wordt gewijd.

    Tussendoor moeten de eerste KEI-handelingen worden verricht in procedures bij de Hoge Raad. Hoewel ook vanuit de burelen van het Korte Voorhout in Den Haag de nodige bevestigings-e-mails op je afkomen en de digitale berichtgeving niet altijd geheel correspondeert met de tekst in het procesreglement, zijn mijn – bescheiden – ervaringen met digitaal procederen bij ons hoogste rechtscollege over het geheel genomen voorzichtig positief te noemen. Wellicht hangt dit samen met de heilzame effecten van korte lijntjes en kleinschaligheid. Het zal in ieder geval niet voor niets zijn geweest dat de Hoge Raad al in maart 2017 met KEI is begonnen.

    Terug naar de feitelijke instanties, waar de zitting op het programma staat die vanwege technische problemen een kwartier te laat begint. Een vriendelijke, oudere rechter voor je die staart naar een groot computerscherm waar hij zich duidelijk geen raad mee weet. Geen stukken op tafel. Hij vraagt of partijen behoefte hebben aan een ‘aansluitpunt’. Nee, alleen aan een soepele zitting en een gunstige uitspraak.

    Je verwijst naar een productie. Die kan de rechter op zijn scherm niet vinden. De producties – nogmaals excuus: bewijsstukken – zijn namelijk in de verkeerde volgorde bij de Rechtspraak binnengekomen. Hoe dat kan, aldus de rechter, met enige irritatie in zijn stem. Ik weet het niet en ik wens er ook geen verantwoordelijkheid voor te nemen. Navraag leerde dat niemand het wist, maar dat het probleem ieders aandacht had.

    De rechter had overigens ook (tijdig) nagezonden producties niet gevonden – vermoedelijk omdat die slechts zichtbaar waren als je naar beneden scrolde. Of ik de producties dan maar even tijdens de zitting wilde toelichten. Uiteraard, improviseren is tenslotte ons vak.

    Dan was er nog de wederpartij die meedeelde dat hij zijn pleitnota voorafgaand aan de zitting had ge-upload – waarvan ik uiteraard geen mededeling had gekregen. Weer een bevestiging van de feitelijke grondslag van mijn digifobie, zo stelde ik met sardonisch genoegen vast. Ook hier wist overigens niemand waar het aan lag, hoewel het stuk al ruim twee uren voorafgaand aan de zitting bleek te zijn ge-upload. Zelf mocht ik gelukkig nog een papieren versie van mijn spreekaantekeningen aan de rechter overhandigen. Ik had er namelijk geen seconde bij stilgestaan dat dit kennelijk niet meer de bedoeling was. Wat me achteraf wel de vraag deed stellen wanneer pleitnota’s onder KEI eigenlijk uiterlijk zouden moeten worden ge-upload om én tijdig te handelen én geen afbreuk te doen aan het hele spel dat mondelinge behandeling heet, met alle onvoorspelbaarheden van dien. Ik heb hier nog steeds geen antwoord op gevonden.

    Zoals ik nog steeds geen antwoord heb gevonden op de vraag of KEI een (on)verdeeld succes is of kan worden.

    Deze blog is eerder gepubliceerd in Tijdschrift voor de Procespraktijk (TvPP), editie 2018//3 (juni), onder de titel ‘Eerste ervaring met KEI’. Wij herpubliceren dit artikel met toestemming van het TvPP en Mr. T. van Malssen, advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen. U knt het originele artikel lezen in het TvPP via deze link: https://www.uitgeverijparis.nl/reader/202879/1001382680

    Meer lezen..