Rechters

KEI voor rechters

De rol van de rechter zal veranderen bij invoering van KEI. De rechter zal een actievere rol krijgen, dit zorgt voor effectievere zittingen, betere en snelle geschilbeslechting. Meer informatie over wat de invloed van KEI op uw rol als rechter vindt u hier.

  • Einde KEI: wordt KEI volledig teruggedraaid?

    Het Advocatenblad deelt in het artikel “Rechtspraak wil einde KEI-pilots en KEI-Rv” in bezit te zijn van een interne nieuwsbrief van de Rechtspraak. Betekent dit dan nu toch echt niet slechts een reset, maar een volledige afsluiting van het KEI project?

    Volgens het Advocatenblad wil de Raad van de Rechtspraak dat de wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rond het digitaal procederen worden teruggedraaid. Voor de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland geldt deels een ander procesrecht dan in de rest van Nederland. De Raad van de Rechtsprak zou dit onwenselijk vinden. Er is een wetswijziging nodig om dat terug te draaien.

    Ondanks dat vele werknemers veel energie in het project hebben gestopt, meent de Raad van de Rechtspraak dat dit de enige weg is waarop de twee rechtbanken zich weer kunnen richten op projecten die voortvloeien uit het nieuwe basisplan en waardoor er weer eenheid in het procesrecht zal ontstaan.

    Binnenkort wordt een brief vanuit de Rechtspraak aan de minister met het verdere plan van aanpak van de digitalisering verwacht.

    Lees het hele artikel van het Advocatenblad hier.

    Meer lezen..
  • Hoe toegankelijk is de rechtspraak nog?

    Een afname in het aantal rechtszaken lijkt op het eerste gezicht een goed teken: minder rechtszaken, minder conflicten. De economie is aangetrokken, mensen hebben weer vertrouwen in de toekomst, ruzies en conflicten worden vaker in de minne geschikt. Maar dit is niet het hele verhaal.

    Zo start de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak mr. F.C. Bakker zijn jaarbericht in het Jaarverslag van de Rechtspraak 2017. Want, ondanks dat gevoelsmatig een groei in de economie gecorreleerd is aan een afname in het aantal rechtszaken, spelen in dit geval ook meer factoren een rol.

    De grootste daling vond plaats in het aantal handelszaken in de sector kanton. Deze zaken gaan voornamelijk over incasso’s na het niet betalen van rekeningen, bijvoorbeeld van een zorgverzekeringspremie of een telefoonabonnement. De daling is volgens de Raad deels te verklaren door een verbeterde betalingsmoraal na de economische crisis en de beschikbaarheid van buitengerechtelijke geschilbeslechting.

    Maar ook de hoogte van de griffierechten heeft een afschrikwekkende werking. In zijn jaarbericht noemt Bakker dat de toegang tot de rechter verslechtert als de kosten van de rechtsgang stijgen. Zo blijkt ook uit een onderzoek van het WODC en de Raad voor de rechtspraak dat de stijging van het griffierecht met gemiddeld ruim 40 procent tussen 2009 en 2012, vooral bij zaken met een klein financieel belang, leidde tot een afname van het aantal handelszaken met 20 procent. Ander onderzoek laat zien dat het aantal kantonzaken zal stijgen als de griffierechten worden verlaagd.

    Een klein financieel belang kan dus voor gezinnen met een laag inkomen, juist een hoge rekening zijn door de hoge griffierechten. Dit doet afbreuk aan de toegankelijkheid van de rechtspraak. Immers, ook al zijn er mogelijkheden tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting, de weg naar de rechter moet voor eenieder toegankelijk zijn.

    Een oplossing voor deze drempel naar de rechtszaal is echter niet zo eenvoudig: minder rechtszaken betekent minder instromend geld, waarbij ook nog eens de constante kosten niet verminderen bij een afname van het aantal rechtszaken. En, zoals al eerder op KEIduidelijk besproken, staat de begroting van de rechtspraak al onder hoge druk na de problemen die zijn ontstaan in het KEI-programma.

    Zal de rechtspraak in deze neerwaartse spiraal blijven hangen? Of komt er toch een snelle oplossing om de toegankelijkheid van de rechtspraak weer te vergroten?

    Meer lezen..
  • Is een meeprocederende rechter binnen de KEI-wetgeving gewenst?

    Met de invoering van de KEI-wetgeving is mede een actieve rechter, ook wel een regierechter genoemd, gewaarborgd. Een rechter die niet puur de wet toepast, maar zich in de behandeling van de zaak mengt en partijen het idee geeft dat er daadwerkelijk naar hen geluisterd wordt. Hierbij is mede van belang het processueel beginsel waarheidsvinding, de actieve rechter dient op zoek te gaan naar de waarheid om tot een vonnis te kunnen komen. In het artikel van R.J. Verschoof gaat Verschoof in op de oratie ‘Leve de meeprocederende rechter’ van Lewin. Het gaat hierbij in het bijzonder om de procesjurist, waarbij het toekomstige artikel 118 RV BES aansluit. Verschoof stelt in zijn artikel de vraag of artikel 118 RV BES wel geschikt is voor Nederland en of zij aan de instrumenten die de burgerlijke rechter in de praktijk al toepast ook wat toevoegt.

    Artikel 118 RV BES luidt als volgt:

    ‘De rechter in eerste aanleg is bevoegd om, indien hij dit voor de goede en geregelde gang van zaken nodig acht, partijen bij de behandeling van de zaak de nodige voorlichting te geven, hen te ondervragen en zelfs opmerkzaam te maken op de rechts- en bewijsmiddelen, die zij kunnen aanwenden.’

    Er worden in dit artikel meerdere bevoegdheden aan de burgerlijke rechter toegekend. De rechter bepaalt zelf in hoeverre hij, met betrekking tot de goede procesorde, het nodig acht om van zijn bevoegdheden gebruik te maken

    Regie

    Partijen wensen regie van de rechter tijdens hun behandeling. Zij zijn tevreden op het moment dat een rechter voldoende de inhoud en communicatie van de behandeling stuurt. Zo kwam uit het veldonderzoek van Verschoof, dat hij samen met Van Rossum heeft gedaan, naar voren dat een eiser tijdens de comparitie na antwoord niet duidelijk vond wat de rechter nu precies vond. Hij wilde weten wat de rechter belangrijk acht en wat hij irrelevant vindt gedurende het proces. Het kwam er op neer dat hij meer regie wenste. Ook was voor een andere eiser niet duidelijk wat nu de rol van de rechter was bij een schikking. De eiser had liever gewild dat de rechter een voorstel voor een schikking had gedaan in plaats van dat partijen nu zelf tot een schikking moesten komen.

    Actieve rechter

    Uit het veldonderzoek van Verschoof kwam ook naar voren dat er sprake is van een zeer actieve rechter tijdens de zitting. Rechters wijzen er vaak op wat de gevolgen zullen zijn van doorprocederen, komen in veel gevallen met een voorlopig oordeel waarbij de rechter zijn visie van het geschil geeft en doen in veel za(ken een eigen voorstel om tot een schikking te komen. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat voorlopige oordelen en eigen voorstellen wel goed moeten aansluiten bij het debat van partijen. Uit het veldonderzoek concludeerde Verschoof dan ook dat de behoefte van partijen aan een actieve rechter wordt vervuld door de rechters.

    Echter blijft er bij rechters aarzeling ontstaan hoe zij deze positie als actieve rechter moeten invullen. Dit komt mede doordat het procesbeginsel van partijautonomie er op wijst dat het aan partijen is hoe zij hun bewijsplicht vervullen en de grenzen van de rechtsstrijd te trekken. Dit terwijl het beginsel van waarheidsvinding juist streeft naar ongelijkheidscompensatie en uitkomstrechtvaardigheid.

    Conclusie

    Verschoof stelt in twijfel of artikel 118 RV BES in het algemeen wenselijk is. De taakopvatting van de rechter zal daardoor volgens Verschoof in de loop der tijd meer de kant van de bevoegdheden, genoemd in artikel 118 RV, BES op gaan. In de tussentijd zal de rechter moedig moeten zijn in de uitoefening van zijn taakopvatting, daarbij mede gelet op zijn mensbeeld in het algemeen.

    Dat er sprake is van een actieve rechter sluit goed aan bij de invoering van het programma KEI, nu deze een verschuiving van een lijdelijke naar een actieve rechter nastreeft. De vraag is echter of artikel 118 RV BES ook echt iets zal toevoegen aan de KEI-wetgeving, nu enerzijds de Nederlandse praktijk al langzaam naar de kant van de actieve rechter aan het opschuiven is en anderzijds de KEI-wetgeving een nieuwheid van extra mogelijkheden biedt.

     

    Deze blog is gebaseerd op het artikel ‘Is een nog meer meeprocederende rechter een wenkend perspectief?’ geschreven door Prof. mr. dr. R.J. Verschoof – senior rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland en vaste medewerker van het Tijdschrift voor de Procespraktijk (TvPP).  Wij publiceren dit met toestemming van het TvdPP. Wilt u het volledige artikel lezen? U kunt het volledige artikel lezen via de volgende link: https://www.uitgeverijparis.nl/reader/202290/1001368657

    Meer lezen..