OLD
Vordering en verzoek in één procedure – KEIduidelijk
Auteur: Frederique Eijssen

Datum: 29 juni 2017

Door het KEI programma verdwijnen de dagvaarding en het verzoekschrift. Hierdoor wordt de mogelijkheid geopend om vorderingen en verzoeken gelijktijdig door middel van één procesinleiding te kunnen indienen, een gecombineerde procedure. Indien de vordering en het verzoek voldoende samenhang vertonen, zal de rechter de zaken gelijktijdig behandelen krachtens artikel 30b lid 1 nieuw Rv. Ook kunnen onder het nieuwe recht (artikel 222 nieuw Rv) vorderingen en verzoeken in een latere fase worden gevoegd. Hierdoor kan de rechter de zaken alsnog gelijktijdig behandelen. Het is wel van belang dat het gaat om zaken tussen dezelfde partijen, over hetzelfde onderwerp en die tegelijk aanhangig zijn voor dezelfde rechter. Er moet kortom voldoende verknochtheid zijn tussen de zaken.

Bij gelijktijdige behandeling van vorderingen en verzoeken is de hoofdregel dat de regels van de vorderingsprocedure worden toegepast (artikel 30b lid 2 nieuw Rv). Een uitzondering hierop blijkt ook uit dit artikel: de vangnetbepaling. De hoofdregel is niet van toepassing indien de aard van de bepalingen zich daartegen verzet of indien de wet of de rechter vanwege de goede procesorde anders bepaalt.

Om problemen betreffende de competentie van de rechter te voorkomen, heeft de wetgever artikel 94 Rv aangepast. In het nieuwe artikel 94 Rv zijn onder andere de bevoegdheden van de kantonrechter bij gelijktijdige behandeling aangepast.

Een voordeel van de gecombineerde procedure is dat rechtzoekende maar een keer griffierecht verschuldigd is. De toegang tot de rechter wordt hierdoor laagdrempeliger. Ook zorgt gelijktijdige behandeling van zaken voor meer efficiëntie. Er is maar één mondelinge behandeling bij de rechter nodig, in plaats van twee aparte behandelingen. Een knelpunt van de gecombineerde procedure is echter dat de wetgever heeft nagelaten te bepalen wanneer de regels van de verzoekprocedure van toepassing zijn op de gecombineerde procedure. Hierdoor weten advocaten niet vooraf welke bepalingen uit het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing zijn op de gecombineerde procedure. Het is immers ook niet meteen duidelijk wanneer er sprake is van strijd met de beginselen van de goede procesorde. Dit leidt tot rechtsonzekerheid voor advocaten.

Reageren