OLD
Recht op pleidooi – KEIduidelijk
Auteur: Femke van Amelsvoort

Datum: 3 juli 2017

Het recht op pleidooi is in het huidige recht beschreven in art. 134 Rv. Met invoering van KEI zal dit artikel worden geschrapt. Hiervoor komt in art. 30k lid 1 nieuwe Rv de gelegenheid voor partijen om hun stellingen mondeling toe te lichten.

In een eerdere publicatie in het concept-wetsvoorstel bevatte deze bepaling dat de rechter de partijen in de gelegenheid kan stellen. Over het gebruik van de zin ‘de rechter kan partijen in de gelegenheid stellen hun zaak mondeling toe te lichten’ kwam enige ophef. Dit zou namelijk een schending kunnen veroorzaken van art. 6 EVRM. In dit artikel liggen een aantal grondbeginselen omtrent een eerlijk proces vastgelegd, waaronder hoor en wederhoor.

Dit is uiteraard aangepast en het woordje ‘kan’ blijft achterwege. Art. 30k lid 1 nieuw Rv luidt dan als volgt: de rechter stelt partijen tijdens de mondelinge behandeling in de gelegenheid om hun stellingen mondeling toe te lichten. Zolang de partijen de mogelijkheid hebben om hun stellingen mondeling toe te lichten, zal volgens de wetgever geen sprake zijn van een schending van art. 6 EVRM.

Tot slot blijft het door de grote regierol van de rechter aan hem of haar hoe de mondelinge behandeling wordt ingevuld. Door de grote regierol van de rechter is de rechter actief en heeft hij/zij in de hand hoe het proces zal verlopen. Een rechter kan bijvoorbeeld kiezen om de mondelinge behandeling zo in te vullen dat het op een pleidooi lijkt. Dan zou het in de praktijk dus alsnog lijken op art. 134 Rv.

Klik hier om te lezen hoe de positie van de rechter zal veranderen met KEI.

Reageren