OLD
KEI en nietigheden – KEIduidelijk
Auteur: Ruud van Mil

Datum: 27 oktober 2017

In de loop van de tijd is veel jurisprudentie gevormd over het herstel van fouten bij het inleiden van procedures. Daarbij heeft er in de loop van de tijd een deformalisering van het procesrecht plaatsgevonden, waarbij een fout minder snel een fataal gevolg had. Vaste lijn in de jurisprudentie is dat een fout hersteld kan worden zolang de verweerder niet in zijn verdediging is geschaad. Met de invoering van KEI ontstaat een geheel andere procedure waarbij er kans is op andere fouten en termijnoverschrijdingen dan in de oude dagvaardingsprocedure.

Staalbouw Vianen/Machinefabriek Breda

In het standaardarrest Staalbouw Vianen/Machinefabriek Breda (NJ 1995/269) heeft de HR bepaald dat de nietigheid van de dagvaarding “slechts dan zal worden uitgesproken indien het gebrek in de dagvaarding van dien aard is dat gedaagde/opposant dientengevolge wordt bemoeilijkt in het verweer dat hij in het geding wil voeren”. Dat criterium is inmiddels de standaard om te bepalen in hoeverre een nietigheid alsnog hersteld kan worden.

Overschrijden betekeningstermijn onder KEI

Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad de eerste uitspraak gedaan over het overschrijden van de betekeningstermijn onder KEI. Op grond van artikel 112 lid 1 Rv moet de procesinleiding en het oproepingsbericht binnen twee weken na indiening aan de verweerder worden betekend of op een andere manier bezorgd. De HR oordeelde dat een overschrijding van deze betekeningstermijn met meerdere weken niet leidt tot nietigheid of niet-ontvankelijkheid. Daarbij stelt de HR dat het belangrijkste criterium is dat de betekening minimaal twee weken vóór de uiterste verschijndatum plaatsvindt. In dat geval is de verweerder namelijk niet in zijn verdediging geschaad.

Conclusie

Dat de HR soepel omgaat met de betekeningstermijn onder KEI is op zijn minst merkwaardig te noemen. Als de wetgever namelijk alleen de bedoeling had om de verweerder een minimale termijn om te verschijnen te geven, had zij dat wel zo in de wet omschreven. Daarnaast geeft deze uitspraak de mogelijkheid om de verweerder erg lang in onwetendheid te laten verkeren over het al dan niet aanhangig zijn van een procedure. Het is zelfs mogelijk dat een verweerder pas vijf maanden na het verstrijken van de appeltermijn op de hoogte wordt gesteld van een lopend hoger beroep. In het kader van de rechtszekerheid is dit een zeer onwenselijke situatie en het arrest van de HR is in dit licht bezien onbegrijpelijk.

Ruud van Mil

Janssen & Janssen Gerechtsdeurwaarders

Gebaseerd op:
(G)een KEIharde termijn
Fouten maken is menselijk

Reageren