OLD
Formele en materiële procesleiding: over botsende rechtsbeginselen en de rol van de rechter voorafgaand aan en tijdens de mondelinge behandeling – KEIduidelijk
Auteur: Frederique Eijssen

Datum: 8 januari 2018

Onderstaande bijdrage is een samenvatting van de uitwerking van een korte reactie van  mw. prof. mr. M.J.A.M. Ahsmann op de lezing van Van Schaick op 14 november 2016. Terwijl Van Schaick ingaat op de wettelijke contouren van de rol van de rechter, worden in deze bijdrage diverse spanningsvelden beschreven die de rechter ervaart wanneer hij uitvoering geeft aan de van hem verwachte ‘actieve’ rol.

 

Ahsmann wil in haar bijdrage enkele aspecten van de ‘actieve rechter’ aan de hand van botsende rechtsbeginselen aanstippen. Ahsmann onderscheidt de formele en de materiële procesinleiding door de rechter en stipt aspecten aan van de in de loop der decennia steeds actievere rol van de rechter op het gebied van de formele procesinleiding.

Volgens van Schaick zou een rechter zijn idee van een rechtvaardige uitkomst, die gebaseerd is op argumenten ontleend aan waarheidsvinding, niet mogen plaatsen boven die van de wetgever en/of de Hoge Raad. Van Schaik wil meer uniformiteit; hij is van mening dat het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) van groot belang is, maar men moet zich ook bewust zijn van het belang van de feitelijke grondslag. Er moet daarom terughoudendheid zijn bij het proces van waarheidsvinding, dit zou anders tot willekeur leiden volgens Van Schaick. https://www.keiduidelijk.nl/2017/11/13/eerlijk-proces-kei/

Het nieuwe procesrecht gaat uit van een actieve rol van de rechter, ook wel de ‘regierechter’ genoemd. Dit komt ook terug in de KEI-wetgeving, waarbij de rechter meer ruimte krijgt om regie te voeren ten aanzien van het verloop van de procedure.  De regie van de rechter is daarbij vooral gericht is op efficiency en effectiviteit. De rechter krijgt op grond van de KEI-wetgeving expliciet de formele procesleiding, echter krijgt de rechter ten aanzien van de materiële procesleiding niet meer ruimte dan dat hij al had. De actieve rol van de rechters, die door de KEI-wetgever niet helder is uitgewerkt, zorgt ervoor dat rechters hun rol met betrekking tot de (materiële) leiding over de procedure en de feitelijke grondslag verschillend zullen gaan vervullen. De verschillen tussen rechters zullen volgens Ahsmann in de toekomst daardoor nog groter worden.

Een belangrijke doelstelling van KEI is dat sprake moet zijn van een rechter die zorgt voor een snelle uitspraak en daarmee de doorlooptijd bevorderd. De doelstelling van de KEI-wetgever, een meer voorspelbare procedure enerzijds en procedurele rechtvaardigheid anderzijds, kan tegenstrijdigheid vertonen. Volgens Van Schaick hangt voorspelbaarheid nauw samen met toepassing van het rechtsvorderlijk systeem. Ahsmann is het met van Schaik eens dat rechtsregels van belang zijn ter wille van de rechtszekerheid en de ‘voorspelbaarheid’ van de procedure. Volgens Ahsmann mag voorspelbaarheid echter geen valse voorspelbaarheid zijn en rechtszekerheid geen ultiem doel op zich. Ahsmann acht het argument van (on)voorspelbaarheid van Van Schaik dan ook niet wezenlijk. Volgens Ahsmann toont de ontwikkeling van het recht met open normen aan hoe lastig het is om feit en recht van elkaar te kunnen onderscheiden. Daarnaast blijkt uit onderzoek ook hoe belangrijk een rechtvaardige beslissing is. Men moet volgens Ahsmann, wanneer rechtsbeginselen botsen, bewust zoeken naar een bevredigende redenering waarom het ene beginsel behoort te prevaleren boven het andere beginsel.

Het interessante van dit artikel is dat de mening van Ahsmann over de regierol van de rechter op een aantal punten zo fundamenteel verschil van die van Van Schaick. Volgens Van Schaick moet de rechter zijn regie baseren op de wet, rechtszekerheid is volgens hem van het grootste belang. Volgens Ahsmann heeft de rechter daarentegen wel enige vrijheid. Wanneer de uitkomst tot onnodige kosten leidt en schrijnend is, behoeft de rechter in het belang van een efficiënte en rechtvaardige uitkomst het wettelijk regime niet zo strikt toe te passen.

 

Dit artikel is gebaseerd op het artikel “Formele en materiële procesleiding: over botsende rechtsbeginselen en de rol van de rechter voorafgaand aan en tijdens de mondelinge behandeling” geschreven door mw. prof. mr. M.J.A.M. Ahsmann – senior rechter A in de Rechtbank Den Haag, bijzonder hoogleraar Rechtspleging aan de Universiteit Leiden en lid van de redactie van het Tijdschrift voor de Procespraktijk (TvPP).

 

Wij publiceren dit met toestemming van het TvPP en prof. mr. M.J.A.M. Ahsmann.

 

Wilt u het volledige artikel lezen? U kunt het volledige artikel lezen via de volgende link: https://www.uitgeverijparis.nl/reader_login/199724/1001315121

 

 

Reageren